Meneer Kloek kijkt op van achter zijn laptop. "Dat is echt bijzonder hè, zo even vanaf de computer de
financiën bekijken." Vandaag de dag klinkt dit niet erg spectaculair, maar als je je voorstelt dat meneer en
mevrouw Kloek onlangs allebei de 91 passeerden, is het wel opmerkelijk dat ze internetbankieren. Het stel is
helder van geest en voor de leeftijd flink fit– op enkele ouderdomskwaaltjes en de reuma van mevrouw na. Het
is voor ons, 20-jarige schrijvers van dit verhaal, moeilijk voor te stellen hoe het er zeventig jaar geleden aan toe
ging in Enschede. Meneer en mevrouw Kloek waren tóen 20, ze zijn inmiddels zeventig jaar getrouwd. De tijd
van toen herinneren ze zich nog als de dag van gisteren.
Trouwdag
"23 augustus 1939! Toen hebben we elkaar leren kennen", merkt
mevrouw Kloek scherp op. Twintig jaar eerder werden ze allebei
geboren. Meneer groeide op met vijf broers en één zus, terwijl
mevrouw enkel één zusje had. Ze hebben elkaar leren kennen tijdens
hun gedeelde bijbaan bij 'de confectiefabriek', zoals meneer Kloek dit
zo mooi beschrijft. Hij vertelt mooie verhalen en leuke anekdotes over
hun trouwerij, zijn werk en over de verschillende woningen van het
echtpaar. "Nou, weet je het nog?" vraagt mevrouw Kloek haar man,
als het over de trouwdatum gaat. "Ja", antwoorde meneer Kloek, maar
ontwijkt een antwoord. "Mijn vrouw kan heel goed alles
onthouden. Haar lichaam is misschien wat aan het verslechteren,
maar haar geheugen is nog erg goed!" Mevrouw Kloek: "Maar wat is
het dan?" "Ik weet het nog wel hoor, 19 juni 1942", reageert meneer
Kloek lachend. "Het was midden in de oorlog, we hadden niet zo heel
veel geld, maar we hebben het voor elkaar gekregen om voor 27
gulden drie koetsen te huren van de Duitsers. Dat was in die tijd heel
wat!" vertelt Meneer Kloek. "We woonden toen bij mijn
schoonmoeder , hè. Dat was daar in de Veenstraat" Mevrouw Kloek zit
zwijgend mee te luisteren maar knikt instemmend. "En weet je wat
we toen hebben gedaan", "vlak voor onze trouwdag zijn we op de
fiets gestapt, 's ochtends vroeg weg gegaan en de hele dag gefietst
naar Nijverdal. Het was natuurlijk oorlog en luxe dingen waren niet
meer te krijgen. Maar in Nijverdal zat nog een klein winkeltje waar je
een flesje wijn kon kopen voor 7 gulden! Nou en toen weer helemaal
terug hè, 68 kilometer fietsen. Dat gaat nu niet meer lukken hoor,
haha! Ik heb laatst wel zo'n scootmobiel geprobeerd, maar dat was
ook niet wat. Geeft verder niet, ik zit hier wel goed."
Trouwe werker
"Vroeger was ik veel drukker. Ik werkte overdag bij Tetem (dekenfabriek, opgericht in 1915 als de Twentsche Textiel
Maatschappij 'Tetem', red.) en dan gingen we 's avonds nog naar de avondschool om te studeren. Dat waren wel lange dagen
ja, maar hard werken is goed voor je! Voordat ik daar ging werken heb ik verschillende baantjes gehad. In Enschede was de
textiel natuurlijk heel actief. Bij Tetem werd ik wel onbeschoft en onprofessioneel behandeld. Ik had daar op 2 weken na 25
jaar gewerkt en toen hebben ze me ontslagen! Omdat ik er net geen 25 jaar werkte kreeg ik veel minder geld mee. Dat
kunnen ze toch niet maken! 25 jaar trouwe dienst en dan dit.. Maar ja, zo ging dat, het ging niet zo goed met de
textielindustrie toen. Maar ik liet me niet kisten, hoor´´, vertelt hij verder, "via mijn dochter kon ik een baan krijgen op de
T.H. (Technische Hogeschool, nu Universiteit Twente, red.) Ik regelde alles en hielp overal waar het kon. Ik lette wel goed op
mijn rechten dit keer . Ze wilden dat ik ging werken bij de administratie, maar toen heb ik gezegd dat ze me daar niet voor
hebben aangenomen. Of ze moesten meer betalen, haha!" In geuren en kleuren vertelt meneer Kloek een verhaal over een
professor die na sluitingstijd nog in een lab wilden werken. Meneer Kloek had de leiding en zei dat het goed was maar dat hij
niet garant zou staan voor eventuele ongelukken, omdat er geen toezicht was. Een schoonmaakster zag vervolgens een
vloeistof bij de deur liggen en is snel naar meneer Kloek gegaan. Hij belde de professor maar die wilde niet naar hem toe
komen. Hij kwam uiteindelijk toch en verbrandde bij het opruimen zijn mouw. Daarna kwam hij bij meneer Kloek om het
ongeluk te melden, maar dat werd geweigerd. In ruil daarvoor zou hij niet melden dat de professor niet gelijk naar hem toe
kwam. "Voor de rest was het er erg leuk hoor. Ik was wel een beetje een vaderfiguur daar, de studenten kwamen graag naar
mij toe als ze hulp nodig hadden en dat deed ik graag.
Vertrouwd wonen
De verhalen staan meneer Kloek nog scherp voor de geest. Het ene na het andere wordt verteld. "Het was een bewogen tijd,
hoor, tijdens de oorlog. Ik weet nog goed dat we bij haar moeder in huis woonden aan de Veenstraat, vlak na ons trouwen,
en dat de Duitsers mijn broer persoonlijk uit de tuin kwamen halen en meenamen naar een concentratiekamp...
Verschrikkelijk maar ja, wat deed je er tegen, hè. We kregen ons eerste huisje daarna aan de Reggestraat. Daarna hebben we
aan de Buizerdstraat gewoond, maar dat is toen helemaal kapot gegaan door de vuurwerkramp. Ons huis was het enige in
de straat waarvan enkel de ramen kapot waren. Bij de rest in de buurt was het er nog veel erger aan toe, hoor! Uiteindelijk
kwamen we in Enschede Zuid terecht op de Holtebrink. In het begin had je daar bij het winkelcentrum ook wel winkels hoor,
maar ze waren toen nog van hout! Dat weet ik nog goed. Er liepen bijvoorbeeld soms ook gewoon koeien door de wijk, want
de weilanden en de boerderijen lagen zo goed als naast elkaar. Het zag er in die tijd heel anders uit. Vroeger, toen was de
Buursestraat nog doodlopend, en moest je via een zandweg naar de geasfalteerde straat. Als het dan regende stond de hele
straat vol modder en kwam iedereen met hun auto's vast te zitten. Een jongen uit de buurt zag dat probleem en had er een
goed ideetje voor! Samen met zijn vader hadden ze een groot touw, en trokken ze alle auto's voor een paar gulden met hun
grote auto uit de drek, geweldig! Zo verdiende hij wat bij, tja je moest toch wat, haha!” Mevrouw Kloek vult haar man aan.
"We woonden daar na een tijdje in een mooie flat in op de Lintveldebrink aan het water, heerlijk rustig bij de vijver." Tevens
één van haar fijnste herinneringen. "het wonen bij het water, dat vond ik een erg fijne, vertrouwde plek!" Voor meneer Kloek is
dit iets heel anders: "Onze bruiloft!" zegt hij gelijk. "Ja dat vond ik een heel speciaal en mooi moment."
Trouw
Nu wonen we al zo'n 10 jaar in de Posten en we
hebben het er erg naar onze zin. Als je hier naar
buiten kijkt kun je de huisjes van onze oude straat
nog zien, een erg mooi uitzicht!" Een tijdje terug
kregen meneer en mevrouw Kloek de
burgemeester op bezoek in hun appartement,
omdat ze 70 jaar getrouwd zijn. "Dat was erg leuk!
Hij kwam hier binnen met zijn ambtsketting om
en vertelde ons, dat in de afgelopen jaren dat hij
burgemeester was, het nog maar 1 keer eerder
was voorgekomen. We kregen ook een brief van
de koningin, en een hele grote taart van de
commissaris van de koningin. 70 jaar is ook een
lange tijd! Onze kinderen hadden de krant van
1942 opgezocht, die kregen we cadeau, en dan
besef je je dat het al vrij lang geleden is.. maar we
zijn er nog steeds, en blijven. Niet zo druk maken,
dat is het geheim. Mensen maken zich veel te druk.
Heel veel dingen kan je toch niet beïnvloeden, die
gebeuren gewoon. Maak je dus niet zo druk, en
geniet van het leven!"